
"Stap uit de tredmolen"
(Bron: Stichting Nieuw Leiderschap, door Robert Mulders)
U vindt uzelf een people manager, maar uw medewerkers zien dat heel anders. Wat te
doen? Nog een cursusje interpersoonlijke vaardigheden er tegenaan?
Het bestuur van
de Stichting Nieuw Leiderschap ziet meer heil in voorlichting en wederzijds begrip.
Een rondetafelgesprek.
De directiekamer van Harry Starren lijkt eerder een boekenwinkeltje
dan een serieuze werkplek. Het werkblad van zijn bureau is nauwelijks zichtbaar onder
de stapels managementboeken. Mintzberg, Collins, Kaplan: Starren kent zijn klassiekers.
We zitten midden in een verhuizing, zegt zijn secretaresse die zich verontschuldigt
voor de rommel. De vergadertafel bij het raam, met uitzicht over de Noordzee, is
gelukkig vrij van papieren kennis. We zijn vanochtend te gast in Noordwijk bij Managementcentrum
De Baak. Op het programma staat een rondetafelgesprek met bestuursleden van de kersverse
Stichting Nieuw Leiderschap. Een club prominente Nederlanders die onder voorzitterschap
van Herman Wijffels de aanval opent op u raadt het al oud leiderschap.
Vanaf homepagina.....
Zoals het nu gaat, kan het immers niet langer. Binnen de muren van onze bedrijven
en organisaties waart veel leidingleed rond. En, zo blijkt uit de leiderschapsenquete
die de Stichting liet uitvoeren, even veel medewerkerleed. Wessel Ganzevoort, die
ooit aan het roer stond bij KPMG, weet het zeker: er is iets fundamenteel mis met
hoe onze bedrijven zijn georganiseerd. Er is een fictie van rationaliteit in de meeste
organisaties. Het klassieke sturen op resultaten overheerst, ondanks alle EQ-
Ganzevoort: "Zoals wel uit dit onderzoek blijkt, kweek je er ontevreden medewerkers
mee. Heel veel mensen weten intuïtief dat er iets niet goed zit in de manier waarop
hun organisatie geleid wordt. Ik hoor die verhalen dagelijks. Neem een directeur
die een nieuw strategisch plan presenteert in de kantine. Na tien minuten zit het
merendeel van de mensen in de zaal glazig voor zich uit te kijken. Ze krijgen jargon
over zich heen, een stroom kwartaalcijfers. De fictie van rationaliteit overheerst.
In leiderschapstrainingen zouden we aspirant leiders de vraag moeten stellen: who
would want to be led by you? Dat gebeurt nu niet."
De Vries: Ik kom als consultant
veel leidinggevenden tegen die niet in staat zijn om hun medewerkers productief in
te zetten. De juiste mensen zitten niet altijd op de juiste plek. Hoe gaat dat dan?
Een vriendje van mij is net benoemd tot commissaris bij een investeringsbedrijf Van
HAL. Want ja, iemand moest commissaris worden. Aardige vent, kan goed rekenen ook.
Maar hij moet nu managers gaan beoordelen op hun manier van leiding geven. Terwijl
hij zelf nog nooit leiding heeft gegeven en geen flauw benul heeft hoe mensen in
elkaar zitten. Dat is oud leiderschap."
Hoe komt het dat managers denken dat ze
goed bezig zijn, terwijl ondergeschikten daar veel negatiever over oordelen?
Starren:
"Dat leidinggevenden positiever over zichzelf oordelen dan ondergeschikten is niets
nieuws. Die discrepantie is de werkelijkheid in alle menselijke relaties, of je het
nou over huwelijken hebt of vriendschappen. Hoe jij mij ziet is heel anders dan hoe
ik mezelf zie. Dat is ook geen dramatische zaak. Wat nieuw is, is dat de nieuwe generatie
ondergeschikten hele andere verwachtingen heeft van managers. De eisen die we stellen
aan leiderschap zijn veranderd. Het moet zachter, thema's als zingeving, ruimte geven
voor persoonlijke ontwikkeling zijn ineens belangrijk. Terwijl de oude organisatiemodellen
daar geen ruimte voor bieden. Zingeving? Doe je maar in je vrije tijd.
En omgaan met emoties deed er nooit toe, want een vakman werd geacht die buiten de
deur te houden."
Emoties verstoren toch de efficiency?
Ganzevoort:"En jij denkt
dat als je het er maar niet over hebt er dan geen probleem meer is? Als ik 's ochtends
een vergadering open, vraag ik eerst wat een ieder van huis mee neemt. Als een collega
dan zegt dat ie zo'n knallende ruzie met zijn vrouw heeft gehad, begrijp ik beter
waarom hij zo'n slap verhaal houdt bij zijn presentatie. Het gangbare idee is nu
dat ondergeschikten een resource zijn, of een instrumentarium waarmee een leider
het zou moeten doen. Getting things done through people en al die onzin. We zouden
er eens mee op moeten houden om in onze businessmodellen ongeloof, wantrouwen en
affectie tussen mensen structureel te negeren."
Waarom doen we dat?
Ganzevoort: "Omdat
we het met het oude model verdomd goed gedaan hebben. We genieten nog steeds van
de industriële, naoorlogse welvaart. We hebben die lekkere auto voor de deur, dankzij
de voortschrijdende wetenschap is dit gebouw toch maar mooi waterdicht. De manier
waarop onze bedrijven draaien is kortom een winning formula. Daar stap je niet zonder
meer vanaf. Ineens moeten managers met emoties omgaan en talent stimuleren. Waarom
zouden ze? Dat soort zachtere aspecten van leiderschap zijn maar heel beperkt ontwerpbaar".
De
Vries: "Bovendien faciliteert het heersende systeem niet om 'soft' gedrag te vertonen.
Ga er maar aan staan als middenmanager. Dan haal je het budget niet op tijd, je loopt
targets mis. De gemiddelde organisatie is redelijk terroristisch georganiseerd."
Ganzevoort:
"En die oude systemen zijn buitengewoon weerbarstig. Die hele riedel van 'duidelijke
structuren', 'heldere doelstellingen' en 'afrekenen op output' willen we maar al
te graag in stand houden."
Je kunt managers er toch niet de schuld van geven dat
hun bedrijven bedenkelijk in elkaar steken? Een manager wil gewoon carrière maken.
Je wordt geacht mee te doen met de dominante cultuur.
Ganzevoort: "Dat vraag ik me
dus af. Ik had gisteren een gesprek met directeuren uit de verzekeringsbranche. We
hadden het erover hoe je de beste mensen in een team verzamelt. Precies zoals Jim
Collins dat voorschrijft. Je weet wel: met zijn first who, then what. Zeggen zij
dus: wij zoeken dwarsdenkers, diversiteit. Hun grootste zorg was dat ze klonen van
zichzelf zouden aanstellen. Ik viel achterover van verbazing. Men wéét het wel. Er
ís beweging. Maar je hebt gelijk, over de hele linie wordt conformisme nog steeds
beloond."
De Vries: "Het is niet sexy om over te praten. Niet zoals een mooi investeringsvoorstel
dat wel is. Want dan scoor je. Als ik vertel dat ik een goede dag heb gehad omdat
ik een medewerker die ziek thuis zit heb opgezocht, zijn mijn vrienden in de kroeg
al afgehaakt."
Ganzevoort: (lachend) "Want dan ben je geen vent."
Ondanks al dat
gepraat over kenniswerkers is oud gedrag kennelijk moeilijk af te leren.
Starren:
"De verleiding om je organisatie in te richten volgens principes uit het industriële
tijdperk is immens. Je ziet het zelfs in kennisintensieve sectoren waar je dat helemaal
niet verwacht. De grote accountantsbedrijven bijvoorbeeld, zijn klonen geworden van
de cliënten die ze bedienen. Met dezelfde hiërarchische structuren. Geen voedingsbodem
voor creativiteit of vernieuwing."
Ganzevoort: "Outsourcen is sowieso meestal een
verkeerde beslissing. Het callcenter gaat de deur uit, een service level agreement
eroverheen en klaar is kees. Terwijl het callcenter juist een afdeling is waar je
hoort wat er bij je klanten leeft, wat er in de markt gebeurt. Over ons callcenter
maken we ons niet meer druk, zegt het management dan. Dat ligt toch extern. Nee,
zeg ik dan. Als het om nieuw leiderschap gaat hoort ook het callcenter bij je personeel.
Je klantencontact regel je niet met een slaaf, vriend."
Er is veel geschreven over de nieuwe werknemer. Die is mondiger, beter opgeleid.
Moet die ook anders aangestuurd worden?
Ganzevoort: "Professionals, zeg maar de vaklui,
hebben een aantal specifieke behoeften. Die hebben behoefte aan autonomie, die willen
voortdurend hun werk heruitvinden. Ze willen experimenteren, ze praten de klant niet
naar de mond maar gaan hun eigen weg. Die mensen zijn de motor achter creativiteit.
Het probleem in de meeste organisaties is dat er daarnaast ook nog een traditionele
machinecomponent in zit. Bij de belastingdienst bijvoorbeeld heb je een gigantische
afdeling Verwerking, zelfs al is er heel veel geautomatiseerd. Zo'n klassieke component
bepaalt hoe de tent als geheel geleid wordt. Daar hebben we één type leiderschap
voor bedacht dat haaks staat op hoe professionals willen worden aangestuurd."
Starren:
"Die automatiseringsgolf is op zichzelf wel een reden om over te stappen op nieuw
leiderschap. Een fabriek waar vroeger 400 man werkten en nu nog maar 12, moet anders
worden aangestuurd. Want we hebben het dan over een kapitaalintensieve omgeving,
met een relatief lage arbeidsintensiviteit. De overgebleven arbeid is niet langer
transactioneel, maar transformeel. We zijn steeds meer bezig met werk dat mijn vader
geen werk zou noemen. Steeds vaker vragen we niet iemand voor de functie, maar vragen
we jou, als individu. We zoeken individuen die totaal Mensch zijn, geen apen die
maar één trucje kennen."
Als er zo weinig goed leiderschap is, moeten we dan misschien
onze managers strenger selecteren?
Ganzevoort: "Niet strenger, maar beter. Beter dan
we tot nu toe gedaan hebben. Of iemand rijbewijs B heeft, of scheikunde heeft gedaan
is wel interessant, maar als het op leiderschap aankomt meestal niet. Ik denk dat
hoe langer hoe meer bedrijven managers zullen aantrekken op potentie, naast competentie.
Een goed managementteam samenstellen is de belangrijkste efficiencyslag die een bedrijf
kan maken. En het scheelt de samenleving miljarden en miljarden euro's aan controlemechanismen,
overbodige procedures, zinloze systemen."
De Vries: "Wie heeft ook al weer de balanced
score card geïntroduceerd? Met een beetje geluk een consultant. Een inkoper die leest
daarover, en denkt: dat is sexy. Moet ik ook hebben, want dat doet de concurrent
ook. Vervolgens gaat de lokale p&o-
Ganzevoort: "Daar is inderdaad
iets voor te zeggen. Want door beloningen te koppelen aan gehaalde targets suboptimaliseer
je een organisatie. Lijnmanagers sjoemelen met budgetprognoses om maar een zo hoog
mogelijke bonus binnen te slepen. Ik heb in elk geval in mijn hele leven zonder targets
niet minder hard gelopen dan mét targets. Ik ging gewoon voor vol, misschien wel
meer."
Dus managers zijn niet met geld te motiveren?
Ganzevoort: "Ik roep altijd:
bij garnalen pellen is er inderdaad een lineair verband tussen de hoogte van de beloning
en het aantal gepelde garnalen. Onderzoek toont aan dat er bij topbestuurders sprake
is van een omgekeerd verband. Incentivesystemen met optieregelingen dragen niét bij
aan het bedrijfsresultaat."
Nieuw leiderschap is toch geen virus dat zomaar overspringt?
Starren: "Je kunt in
deze business niet gaan rukken aan een plant en zeggen dat hij over twee maanden
zó hoog moet staan. Het moet gaan leven."
Ganzevoort: "De kracht van het verhaal is
groot, hoor. We hebben het over de kleren van de keizer. Iemand moet managers vertellen
dat er een alternatief is voor die tredmolen van het oude leidinggeven waar ze al
jaren in rondsjokken."
Wessel Ganzevoort (1946)
Studeerde bedrijfskunde, economie
en gedragswetenschappen. In 1970 trad hij in dienst bij KPMG, waar hij opklom tot
directievoorzitter Nederland, voorzitter van KPMG Consulting Europe en vice-
Harry Starren (1955)
studeerde geschiedenis in Utrecht, politicologie en bestuurskunde
in Amsterdam. Hij was onder andere werkzaam als universitair docent, als directeur
van een onderzoeks-
Alex de Vries (1968)
is
als bedrijfseconoom betrokken bij organisatieveranderingen in verschillende branches.
Hij werkte enige tijd voor Star Consultants. Ziet zichzelf liever als 'realisator'
dan adviseur of consultant. Heeft zich gespecialiseerd op het gebied van gedragsverandering
van leidinggevenden. "Organisaties verbeteren betekent voor mij de voorwaarden creëren
die medewerkers in staat stellen om datgene te doen waar zij goed in zijn. Dit kan
op verschillende manieren, het gedrag van leidinggevenden is echter altijd een kritische
succesfactor."
De Bewustzijnsfabriek is a registered trademark
Copyright De Bewustzijnsfabriek -
