wp69729cbd_1b.jpg
  De Bewustzijnsfabriek®

De bedrijfstaal-etiquette wordt strenger

De meeste werknemers slaan op het werk een heel andere toon aan dan in hun vrije tijd. Tegen collega's en chef wordt meer beleefdheid aan de dag gelegd, terwijl het er thuis of in de kroeg veel openhartiger en emotioneler aan toe kan gaan.

 

 

Dat verschil is er niet altijd geweest, aldus 'Verandermanagement' (1997) van de hoogleraar organisatiecultuur en communicatie Willem Mastenbroek. Als er in de Middeleeuwen werd vergaderd en onderhandeld, werd er tegelijkertijd vaak ook gevochten, gevreeën of gebeden. Vooral door vechten, schreeuwen en intimideren probeerden gesprekspartners de overhand te krijgen. 'De tong is een wild dier dat moeilijk aan de ketting kan worden gelegd', staat dan ook te lezen in een 17de eeuws handboek voor gespreksetiquette. meer

 

Pas in de eeuwen daarna werd het de norm om tijdens zakelijke gesprekken agressie te onderdrukken en de gesprekspartner te overtuigen, in plaats van verrot te schelden. Rekening houden met de gesprekspartner en zelfbeheersing is nog steeds een belangrijke norm in de bedrijfscommunicatie. Vrouwen lijken daar overigens behendiger in dan mannen, volgens de Amerikaanse sociolinguïste Deborah Tannen. Dat komt vooral omdat vrouwen doorgaans een hekel hebben conflicten en dus alles doen om die te vermijden.

 

Dat mensen in het algemeen tegenwoordig voorzichtig omgaan met elkaar, blijkt ook uit een onderzoek naar beïnvloedingstechnieken (1999) van de sociaal-psychologe Barbara van Knippenberg. Mensen beïnvloeden anderen niet graag op een harde manier, bijvoorbeeld met een commando of ultimatum. Dat zet de relatie onder druk en de meeste mensen proberen dat te vermijden.

 

Werktaal wordt informeler

Zelfbeheersing is niet de enige norm volgens de moderne bedrijfstaal-etiquette. Informeel communicatiegedrag is tegenwoordig ook een eis. Autoritair, formeel en afstandelijk praten schept afstand en dat frustreert de samenwerking.

Met gehoorzaamheid, dociel gedrag en zwijgzaamheid valt tegenwoordig evenmin te scoren. Dus knoopt de moderne werknemer in de lift een praatje aan met zijn chef in plaats van zwijgend naar zijn schoenen te staren. En hij vráágt de afdelingssecretaresse of ze een rapport wil screenen. Als ze tijd heeft natuurlijk.

 

Maar hoe informeel werktaal is, hangt volgens de socioloog en vergaderkundige Wilbert van Vree mede af van de organisatiecultuur. In traditionele organisaties als bijvoorbeeld een auto-assemblagefabriek overheersen vooral formele overlegstijlen. Daar wordt dan ook veel vergaderd en traag beslist, want de hiërarchie bepaalt wie wanneer overlegt in plaats van de noodzaak. In bureaucratische organisaties, zoals een ziekenhuis, is ook veel formeel overleg en worden langzaam besluiten genomen. Dat heeft echter meer te maken met het feit dat het tijd kost vóór alle belangengroepen zoals cliëntenraden, specialisten, bestuur het met elkaar eens zijn.

 

Snel en informeel overleg komt vooral voor bij kleine bedrijven, bij zelfstandige business units van grote bedrijven en bij organisaties die projectmatig werken, zoals it-bedrijven. Vergaderingen worden daar belegd als het werk erom vraagt en knopen worden meteen doorgehakt.

 

Bedrijfstaal schept wij-gevoel

In Nederland is nauwelijks onderzoek gedaan naar hoe gesprekken op het werk feitelijk verlopen. Dat soort onderzoek is duur en bedrijven zijn niet happig op pottenkijkers uit de wetenschap. Wel zijn er de afgelopen paar jaar een aantal boekjes verschenen met woordenlijsten van specifieke bedrijfs- en branche-woorden. 'Werkwoorden' (1997) van de taalkundige Wim Daniëls en 'Kantoortaal' (1997) van de journalisten Wim de Jong en Henrico Prins zijn twee voorbeelden.

In 'Werkwoorden' stelt Daniëls dat bedrijfstaal méér voorkomt naarmate de werksfeer gemoedelijk is er een wij-gevoel heerst onder werknemers. Hoe meer een bedrijf of afdeling een gesloten groep is met eigen belangen en hoe minder contacten er zijn met externen, hoe eerder een bedrijfstaal kan floreren.

 

Volgens De Jong en Prins is kantoortaal ook vaak een uitlaatklep voor allerlei emoties. Op de werkvloer is kantoortaal bovendien vaak ongepolijster. 'De jongens en de meiden van de onderste verdiepingen kunnen zich nu eenmaal méér veroorloven dan het personeel van de hogere etages', aldus de auteurs. Twee illustraties hiervan:

  • Godverdee zeg, wat een klojo. Dat had ik beter aan Jules de Corte kunnen uitbesteden.' (gehoord op een uitgeverij)
  • Weer de Staatsloterij niet gewonnen?' (gehoord bij een Amsterdamse woningbouwvereniging wanneer een collega maandagochtend op het werk verschijnt).

 

 

Bisnistaal onderstreept status

Bedrijfstaal schept niet alleen band, maar scheidt insiders ook van outsiders, zo blijkt uit 'Bisnisbabbel. Geheimtaal van het zakenleven' (1996). Bent u een hipo die zich cocksure (zelfverzekerd) in de ratrace (carrièrepad in grote bedrijven) stort? Of misschien een snifo, die zich bij de eerste het beste BPR-proces (Business Process Re-engineering=reorganiseren interne processen) tot dood hout (personeel zonder carrièrevooruitzichten) wordt gedowngraded (gedevalueerd), zo vraagt auteur Pieter Kort zijn lezers. Wie deze vragen niet snapt, is volgens Kort in 'Bisnisbabbel' waarschijnlijk een snifo - iemand die tot vervelens toe op zijn strepen staat (afkorting van: staat niet in mijn functie-omschrijving). Een hipo is namelijk een high potential en die spreekt zijn bisnistaal.

Vooral consultants, marketeers, bankiers, accountants en managers bedienen zich volgens Kort van bisnistaal. Bisnistaal staat bol van Engelse of Amerikaanse woorden omdat dat de vaktaal is van de genoemde beroepen. Bovendien klinken 'consultant' en 'chief executive officer' nu eenmaal interessanter dan 'adviseur' en 'leidinggevende'.

Bisnistaal voegt vooral glamour toe aan handelingen en personen en onderstreept zo hun status. Een 'boardroom counsellor' is bijvoorbeeld een adviseur die de top van een onderneming ter zijde staat en niet zomaar iemand die een modelletje loslaat op een bedrijf en er een rapport over schrijft. En 'een deal clinchen' refereert meer aan het heroïsch binnenhalen van een jachttrofee dan aan het verkrijgen van een nieuwe opdracht.

 

(Bron: Fin. Times 2007)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De Bewustzijnsfabriek is a registered trademark

Copyright De Bewustzijnsfabriek -Alle rechten voorbehouden- voorwaarden

 

wp66c99d07.jpg