
Competentiemanagement maakt organisaties dommer
door: Hans Waltman
Niet zelden worden organisaties door hun management “verblijd” met de boodschap dat
“we” gaan werken aan het verhogen van de competenties en employability van de medewerkers.
En daardoor aan de verhoging van de organisatiecompetenties. Dit meegaan in een hype,
of het volgen van het advies van een extern adviseur, een initiatief van een P&O-
Implementeren, of uitrollen in de organisatie, zoals dat tegenwoordig
popiejopie-
Een voorbeeld:
De heisessieborrel
Medewerkers worden
ten behoeve van het uitrolgebeuren een dag of twee de hei op gestuurd. Dit overkwam
een grote afdeling van een bekend telecombedrijf. Met zijn allen naar een chique
conferentieoord om workshops en trainingen te volgen. Het management verzorgde de
zogenaamde kick off en vertrok. Kennelijk hadden ze andere prioriteiten, die belangrijker
waren. Een duur adviesbureau, hoe duurder hoe meer indruk…, zorgde voor de noodzakelijke
afleiding. Na de korte avondsessie was er dan tijd voor vermaak. Dit laatste zou
dan ook nog eens goed zijn voor de saamhorigheid, voor het wij-
Een medewerker: “Dit moet toch kapitalen kosten?
Vanwege bezuinigingen moet ik sinds een paar weken een printer gebruiken op een verdieping
hoger… Kunnen we dit geld niet beter gebruiken?” Eenmaal weer terug in de praktijk
van alledag is van dat wij-
Wordt de organisatie uit het voorbeeld hier nu beter van? Worden de
medewerkers competenter? Ik ken geen organisatie, waar door de invoering van competentiemanagement
op deze manier, alles nu ineens beter is gaan lopen of waar bijvoorbeeld de concurrentiepositie
verbeterde als gevolg van competentiemanagement. Of dat de betrokkenheid van de medewerkers
toenam. Hooguit ken ik ervaringen van organisaties waar de invoering van competentiemanagement
een van de belangrijkere oorzaken van verdere bureaucratisering is.
Ik heb wel eens
een adviseur van een gerenommeerd bureau trots horen vertellen dat zij door middel
van invoering van competentiemanagement de gehele bedrijfscultuur had veranderd.
Dat laatste geloof ik direct: het beetje leven dat er nog in zat, zal er nu wel uit
zijn, bedacht ik me.
Medewerkers worden er door op het verkeerde been gezet en gaan
zaken verwachten, die uiteindelijk niet worden waargemaakt. Er wordt weer een behoorlijke
opname gedaan uit de emotionele bankaccount. Helaas is de praktijk van alledag dat
dit soort implementatiemissers niet één keer, maar meerdere keren worden gemaakt.
De organisatie staat dan op zeker moment “in het rood” bij de medewerkers.
Kortom,
organisaties bedenken van alles en nog wat en adviseurs adviseren van alles en nog
wat. Managers en adviseurs denken te mono-
Verstandige en nog betrokken medewerkers
worden door de stortvloed van initiatieven in feite geschoffeerd door een kortzichtig
management. De medewerkers zijn weldegelijke kostenbewust en zullen zich afvragen
of tijd en energie niet beter aan de wezenlijke organisatiezaken besteed moet worden.
Om met Godfried Bomans over zijn grootmoeder te spreken: “Als het om een dubbeltje
ging, keek zij niet op een kwartje.”
De betrokkenheid van de medewerker met het gehele
organisatieproces zal zienderogen afnemen. Hij of zij zal zich uiteindelijk gaan
focussen op het primaire proces, zal cynisch worden, zich uiteindelijk grijzemuizerig
gaan conformeren of zich ziek melden. De medewerkers zullen zich terugtrekken op
hun eigen territorium, hun afdeling, hun team, de interne cohesie binnen zo’n eenheid
zal zienderogen toenemen en de eilandjescultuur krijgt al heel snel vorm.
Managers,
schaf gewoon eens een aantal zaken af. Zonde van het geïnvesteerde geld? U zou eens
moeten uitrekenen hoeveel geld het heeft gekost deze zaken geïmplementeerd te krijgen
en, vooral, u zou eens moeten uitrekenen wat het kost om ze in stand te houden. Bedenk
eens wat u elke maand aan honoraria uitbetaalt aan chique adviseurs. Bedenk ook eens
hoeveel tijd uw medewerkers besteden aan uw “speeltjes” in plaats van aan hun reguliere
werk. Vraag uzelf dan ook eens af, nu u toch bezig bent, wat ze opleveren. Met andere
woorden: wat dragen tal van instrumenten nu daadwerkelijk bij aan het realiseren
van uw visie? Deze laatste vraag kan uitstekend dienen als ultiem criterium voor
nieuwe plannen en kan tevens de maatstaf zijn voor implementatiekeuzes die u gaat
maken.
Holle Bolle Gijs
Heb je wel gehoord van de holle bolle wagen,
waar die schrokkerige
Gijs op zat?
Die kon schrokken
grote brokken :
Een koe en een kalf
Een heel paard half
Een
os en een stier
En zeven tonnen bier
Een schip vol rapen
Een kerk vol schapen
En nog
kon Gijs van de honger niet slapen!
Deze column is een samenvatting van het artikel
“Holle Bolle Gijs”, dat eerder verscheen bij www.probleemoplossing.nl.
De Bewustzijnsfabriek is a registered trademark
Copyright De Bewustzijnsfabriek -
