Over cultuur, kijken, waarden en normen
Omgaan met verscheidenheid in een gehaaste wereld
Door M. van Oorschot
Als mensen het over cultuur hebben, komt maar al te snel ook een discussie los over normen en waarden. Een cultuur, zo deze al bestaat, wordt in de verhalen van mensen uitgedrukt in hoe mensen de dingen doen en welke waarde ze daar aan hechten. Die waarde is niet betekenisloos, sommige waarden krijgen een positieve connotatie en andere een negatieve. Naast de waarde die we aan iets hechten, normeren we het ook nog. Het is op zich al interessant om stil te staan bij deze strategie van denken en doen die we onszelf opleggen. Zo zat ik laatst met een vriendin, Susan, in een café. Ergens verderop zaten twee heren aan een tafeltje met elkaar te praten. Ik vroeg Susan wat ze zag. Ze zei: “Ik zie dat die ene man niet geïnteresseerd is in het verhaal van die andere man. En dat vind ik suf, dat je zo je best zit te doen voor iemand die dat niet wil.”
“Goh”, zei ik, “ik zie alleen maar twee mannen tegenover elkaar zitten, waarbij de ene voorovergebogen zit de ander iets naar achteren. Ik zie dat de ene man de ander steeds aankijkt, hij lijkt wel elke beweging te volgen van die andere man en ik zie dat die andere man uit het raam kijkt en dan weer naar zijn gesprekspartner. Ik zie dat als de ene man die voorovergebogen zit, praat, de andere man allerlei kleine beweginkjes maakt met zijn lijf. En als de ene man ophoudt met praten, dat de andere man dan voorover gaat zitten en in een soort poëtische en vloeiende beweging naar achteren buigt, alsof de afstand die beide mannen tot elkaar hebben, altijd dezelfde moet zijn.” En ik ging nog een tijdje door met beschrijven wat ik allemaal zag.
Aan interpreteren van al die dingen die ik zie kom ik zelden toe als ik kijk, een interpretatie of de een geïnteresseerd is in de ander noem ik al fantasie. En dan ook nog daar een norm aan hangen van goed en fout gaat me zo duizelingwekkend snel, dat kan onmogelijk nog gaan over die twee mannen. En ik pestte Susan een beetje en zei: “Volgens mij heb jij daar wel een beetje last van, je best doen om aandacht te krijgen van anderen…..” De rest van de avond hoort in een ander verhaal thuis.
Kennelijk is dat de manier waarop veel mensen leren leven: ze zien dingen en stoppen met kijken als ze aan die situatie een interpretatie kunnen geven, als ze er een zin in ontdekken, er waarde aan kunnen hechten. En dan komt tegelijkertijd of misschien daarna de behoefte om te controleren of deze interpretatie voldoet aan een stelsel van normen en waarden. We normeren dan ook nog eens wat we geïnterpreteerd hebben. En of dat niet genoeg is, wordt dat het onderwerp van gesprek. Voor je het weet heb je een abstract gesprek met elkaar dat helemaal weggedreven is van waar je over begonnen was. Stel nu dat ik gezegd had: “Nee hoor, ik vindt het juist wel belangrijk dat je je best doet”. Dan hadden we midden in het normen en waarden debat terechtgekomen en zoals ik net al een beetje suggereerde, dat gaat volgens mij helemaal niet over die abstract normen en waarden, maar over jezelf en over de relatie die je met die ander heb, over wat jij belangrijk vindt voor jezelf. Over je psychologie.
Deze manier van doen, is wel van belang voor organiseren, voor ons dagelijks handelen. Ik vind dat we vaak veel te snel gaan, dat we ook gedwongen worden om snel te zijn, alleen is het een verkeerde vorm van snelheid. We kijken naar dingen, situaties totdat we er een oordeel over gevormd hebben en stoppen dan met kijken. We maken er daardoor vaak maar één definitie van de situatie van; en ik gebruik bewust het wordt maken.
Het is niet de situatie die ertoe verleidt om de enige juiste interpretatie te geven, we doen het helemaal zelf. Alsof observeren, alsof het openhouden van een veelheid aan interpretaties, alsof aandacht voor mensen en dingen onbevredigend zou zijn. Het meest vanzelfsprekende is het moeilijkst te zien. Kijk om je heen en je ziet een wereld waarin mensen razendsnel van bijzonderheid iets gewoons maken, van ambivalentie een keus tussen het juiste en verkeerde, van meervoudigheid eenduidigheid; van aandacht een tekortkoming, daar hebben we geen tijd voor! Kijk om je heen en zie wat het mensen doet: stress, gevoelens van machteloosheid en onbegrepen zijn, eenzaamheid, vervreemding, psychische ziektebeelden, niet meer jezelf waar kunnen nemen en dus ook niet meer is staat zijn om op signalen in je eigen lichaam te reageren, conflicten, plannen die mislukken, burnout en vooral adviseurs zoals ik die dan tegen een redelijke vergoeding al deze consequenties mogen ontstroeven; kortom dat wat wij onze cultuur noemen. En wat doe ik als adviseur dan elke keer anders dan wat langer bij het onderwerp stilstaan dan gebruikelijk is om dan plotseling nieuwe vergezichten te toveren die weer vrolijk maken.
Ik houdt me derhalve zelden meer bezig met de producten (moraal, goed of fout, cultuur) van onze gemakzuchtige manier van kijken. De vraag is voor mij dan ook veel meer geworden: niet wat doe ik om die cultuur te veranderen, maar hoe sta ik in de wereld zodanig dat ik mij niet mee laat zuigen in die tomeloze snelheid van gemakzucht en vanzelfsprekendheid. En juist daardoor beschikbaar kom voor andere mensen om te veranderen. Voor individuen en voor groepen. Hoe waardevol is een discussie over normen en waarden? Wanneer doe je dat en wanneer niet. Ik ontkom er daarbij niet aan om steeds weer op zoek te gaan naar een rijker beeld dan een eerste oppervlakkige kennismaking met mijzelf en met al het andere dat zich aan mij opdringt. Want oppervalkkig is een ander woord wat zich aan mij opdringt als ik dit zit te schrijven. Onze waarnemingsorganen zijn gericht op de buitenkant en niet op de binnenkant. We bewegen onze arm, maar kunnen op geen enkele manier waarnemen hoe we dat doen en wat daar allemaal bij komt kijken. Wij hebben geen organen om ons binnenste waar te nemen, alleen met behulp van oppervlakteverschijnselen zoals gevoelens kunnen we iets zeggen over ons binnenste. Hoeveel minder kunnen we iets zeggen over een Ander.
Ik probeer in gesprek te raken met mensen, dood of levend die stil konden staan en van ogenschijnlijk zekerheden en van vanzelfsprekendheden uiterst verdachte illusies weten te maken.
Zo’n persoon is Nietzsche. Als er iemand is die illusie op illusie doorbrak was hij het wel en als er iemand was die de ene mystificatie na de andere over zich afriep was hij het wel. Van buiten een uiterst keurig en ordentelijk mens, wellevend, beminnelijk, zichzelf volledig aangepast bewegend in een wereld van kleinburgers en braafheid maar van binnen een kolkende massa, van briljante vergezichten, diepzinnige conclusies, ongekend vermogen om waar te nemen, liefde voor details, bevlogen door de groteske lijnen; een vulkaan, een nimmer alflatende stroom van lava uitspuwend over zijn verbijsterde gehoor en lezers publiek. Althans dat kwam later pas, want bij zijn leven werd hij niet of nauwelijks gelezen.
Zonder Nietzsche begrijp je niks van onze cultuur. Veel beelden die hij heeft geschapen, veel inzichten, veel omdraaiingen, al zijn kritiek zijn diep weggezakt in onze culturele onderbewustzijn. Veel frisheid is daardoor weer stoffig geworden en veel van zijn oorspronkelijkheid verdwenen.
De Übermensch waar hij mee aan kwam zetten werd een prototype voor Hitlers blonde beesten en niemand leest meer dat het hem ging om de mens die zich weet te bevrijden van zijn eigen beperkingen om zo boven zichzelf uit te stijgen en een Über-Mensch te worden. De wil tot macht waar hij mee kwam, wordt door iedereen gehoord als een wil tot macht over anderen en dat was het laatste waar hij zich mee bezighield: : “Is de macht over de natuur eenmaal bevochten, dan kun je die macht benutten om jezelf vrij verder te ontwikkelen: wil tot macht als zelfverheffing en versterking.” (Nietzsche: nagelaten fragmenten 5(63). En last but not least, voor veel moraalridders is hij de man die onze westerse moraal wilde afbreken, een vernietiger van onze christelijke waarden en normen.
Het enige wat hij heeft laten zien is dat dezelfde waarden en normen die wij hanteren om onze cultuur, onze omgang met onszelf en anderen te ordenen tegelijkertijd de bron waren waaraan ze ten gronde zou gaan.
Neem zo’n eenvoudige stelregel als afspraak is afspraak. Ik heb meegemaakt dat men er trots op was dat een dergelijke regel heerste in een cultuur, ik heb meegemaakt dat mensen een groot gevoel van zelfbevrediging kregen omdat zij zichzelf op alle mogelijke manieren wisten te houden aan die regel. “Ik heb mij aan mijn afspraak gehouden”, heet het dan trots. Een christelijke waarde die diep doordringt. Fukuyama beweert zelfs dat zonder wederzijds vertrouwen onze hele economie instort. (Wordt tijd, denk ik dan). De achterkant van dit diepgewortelde geloof in afspraak is afspraak, is dat het de basis is van 90 procent van onze conflicten: mensen die elkaar nooit meer willen zien omdat de ander zich niet aan een afspraak had gehouden, achterdocht, wantrouwen, wereldwijsheid: mensen zijn niet te vertrouwen, geneuzel over mensbeelden: mensen zijn fundamenteel goed of fundamenteel slecht en daarom moet je….; allemaal beelden van mensen die de regel afspraak is afspraak voornamelijk op anderen van toepassing brengen.
Nietzsche noemt in zijn grote nooit afgemaakt werk: De wil tot macht, een aantal cultuur verschijnselen die typisch voor ons zijn. Hij noemt het vertrouwen, de verering, de waarheidszin de sympathie, de onpartijdigheid, de rechtschapenheid en de tolerantie.En al deze diepe cultuurdragers, die we gebruiken om een waardeoordeel over de ander uit te spreken hebben een zelfde vernietigende kant zoals het al eerder besproken eis tot wederzijds vertrouwen. Het zijn niet alleen normen en waarden, het zijn ook wormen en maden, die even hard aan onze cultuur knagen als dat ze hem schragen.
Alhoewel onze multi-culturele samenleving toch op zijn zachtst gezegd tot een milder standpunt ten opzichte van andersdenkenden zou moeten leiden, blijkt de roep om deze oerwaarden en normen telkens weer van stal te halen evident. Dries van Agt heeft zijn hielen nog niet gelicht of Paulus Potter Balkenende start een nieuw reveil, met cultuurfilosofen zoals Heinsbroek in zijn kielzog. Volgens de laatste zou het zelfs mogelijk moeten zijn om het Nederlandse volk weer op deze oerwaarden te krijgen middels marketingtechnieken. Nietzsche en nadenken over culture normen en waarden, simpel afgekort tot moraal is en blijft actueel!
Een cultuur aspect van Nederland zou ik nog graag willen aanstippen. De zorg voor anderen. Ik sprak laatst een vriend van mij, John, die de eerste 15 jaar van zijn leven in Amerika heeft doorgebracht. In dat land is de zorg voor de ander aanmerkelijk minder institutioneel dan in Nederland. Als je in Amerika geen ziektekostenverzekering neemt, wordt je huis verkocht als je onverhoopt in de problemen mocht komen. Geen enkel probleem. En het gaat hier niet over goed en fout, het gaat hier om pragmatiek, om effect.
Wij als leidinggevenden zijn in Nederland er zo aan gewend geraakt dat we papa en mama spelen voor onze medewerkers dat het nog onmogelijk is om gewoon leiding te geven en elke baas die niet spontaan van empathie in een huilbui uitbarst omdat een van zijn medewerkers een ernstig privé-probleem heeft, wordt gezien als koud en onpersoonlijk.
Ik was laatst als directeur van een overheidsinstelling bezig met een ronde door Nederland om mijn medewerkers beter te leren kennen. Een groep was met een aantal begeleiders van een adviesbureau naar een duur Hotel in Zeeland vertrokken om enige dagen te samen te leren samen werken. Een voor mij onbegrijpelijk fenomeen, aangezien mensen in hun dagelijkse praktijk toch genoeg oefenmateriaal hebben. Maar goed, als pas aangetreden directeur moet je niet teveel overhoop gooien in de eerste week. Ik kende niemand van deze groep. Het leek me wel boeiend om eens te zien in hoeverre mensen zich voor mij interesseerden voordat ik mijn belangstelling verder uitbreidde dan mijn komst uit Amsterdam alleen al uitstraalde. Ik bleef dus beleefd wachten tot de sessie “samenwerken voor Ambtenaren” geëindigd was, terwijl ik de cursusleiding meldde dat ik er was en dat ze dat aan de groep moesten melden. Niemand reageerde en de cursusdag liep flink uit. ’s Avonds was er een copieuze barbecue. Een beperkt aantal van de zeer vermoeide cursisten kwamen mij beleefd een handje geven en het hele gezelschap verdween naar hun respectievelijk kamers om zich op te frissen. Eenzaamheid was mijn deel, ware het niet dat de nijvere procesbegeleiders mij allerlei instructies gaven om het proces vooral niet te verstoren. Het ging zo lekker, de cursisten hadden hem bijna te pakken.
Bij het eten was ik als eerste bij het buffet aanwezig. Koks met grote mutsen op stonden de meest waanzinnige dingen klaar te maken en dat laat ik mij graag smaken, zeker daar ik niet zo’n brede hand heb als het gaat om bedrijfsuitjes van deze soort. Het was de laatste keer wist ik toen al. Ik ging aan een tafel zitten, in het prettige licht van de ondergaande zon en begon te eten. Een voor een en in groepjes kwam mijn medewerkers binnen, en alhoewel de meesten mij vriendelijk toeknikten of begroeten, moest ik wachten totdat alle tafels gevuld waren voordat ook mensen aan mijn tafel kwamen zitten. Gelukkig ken ik nog wat Amsterdamse moppen, anders was de stemming niet evenredig geraakt aan de kwaliteit van het eten. Ik begon mij langzamerhand toch wel steeds meer een indringer te voelen. Ik verstoorde vast het proces, dacht ik cynisch. Ook later op de avond bleven de pogingen tot contact van de groep uiterst beperkt en ik ben zelfs nog heerlijk in mijn eentje in de duinen gaan wandelen.
Wederom op het hoofdkantoor heb ik de hele groep bij mij laten komen en zijn we deze bizarre interactie eens gaan uitzoeken. Zij waren allemaal zeer boos op mij! Als ik draagvlak voor mijn veranderingen wilde hebben dan moest ik mij zo niet gedragen! Dit kon echt niet. Als je bij een groep wilde horen diende ik mij aan te passen aan de regels van de groep! Een directeur diende voor hen te zorgen, hij diende belangstelling voor hen te hebben, tenslotte deden zij het werk en had hij als taak om hen dat mogelijke te maken. Op alle mogelijke manieren. Ik was bot, ik was onbeschoft, ik had geen leiderschapskwaliteiten en zou het niet lang volhouden. Ze hadden al meerdere van mijn soort weer zien verdwijnen, en ga zo maar door.
Goed zo, dacht ik, ze zijn nu zo boos dat ze hun voorzichtigheid beginnen te verliezen.
Ik heb ze ongenadig op hun sodemieter gegeven. Management by buldering around heb ik uitvoerig geleerd van mensen zoals Martin Schröder. Alle franje werd van hun werk afgenomen. Laptops inleveren, die nergens goed voor waren, telefoontjes die volkomen overbodig waren en al die kleine dingetjes tot creditcards voor de managers om de uitstapjes te betalen. (Een keer in de maand had de hele groep een werkoverleg in een Hotel, ‘smiddags en ‘savonds, want dan ging het niet van hun declarabele tijd af, en dan bleef iedereen overnachten). Deze medewerkers waren zo tot op het bot verwend door managers die voor ze zorgden, dat ze pas bereid waren om in beweging te komen als de manager de juiste dingen deed. Het leverde een indolentie, een traagheid en een onwil op die zo groot was dat ze bij de klanten spreekwoordelijk was. En het zittend management was gevoelig voor de dreiging: als wij niet doen wat zij zeggen, krijgen we problemen, beetje pappen en nathouden. Dus, deed ik ze de belofte, die “zorg” zou zo snel mogelijk verdwijnen.
Later dat jaar bleek na een onderzoek van een ander adviesbureau dat dezelfde werkvoorraad met 60% minder mensen kon en dat het 5 koppig management teruggebracht kon worden tot een manager met een assistent P en O manager. Tot op de dag van vandaag zijn mensen er boos om dat ik ze hun paradijsje van letargie en miskend werkpathos heb ontnomen, maar de mensen de overbleven (veel mensen waren ook nog eens ingehuurd van bureaus) gingen uiteindelijk wel met plezier en energie naar hun werk en de nieuwe manager die ze kregen wist feilloos buiten de valkuil van een overmatige zorg voor de medewerkers te blijven. Voor de klanten steeg de kwaliteit van het werk drastisch.
M. van Oorschot
De Bewustzijnsfabriek is a registered trademark
Copyright De Bewustzijnsfabriek -Alle rechten voorbehouden- voorwaarden